Willy De Waele's Weblog


ONTSPORING EN ONGELIJKE BEHANDELING
maandag 13 juli 2015, 12:47
Filed under: STAATSHERVORMING

Meer dan 700 jaar geleden versloeg Vlaanderen de elitetroepen van Franse ruiterij, maar slaagt er niet in deze overwinning te consolideren binnen het Belgische staatsverband.

In tegendeel, met een poging om het federaal bestuursmodel in stand te houden werd door de verschillende staatshervormingen heen, onder druk van de Franstaligen en met de collaboratie van de toenmalige klassieke “Vlaamse” politieke formaties, Vlaanderen opgezadeld met ondoorzichtige en overlappende structuren.

Bijzondere meerderheden, veto’s, overmatige financiële transfers, pariteiten in regering, administratie en magistratuur, remmen Vlaanderens bestuurskracht af.

Bovendien bestaat de strategie van de Francofonie er in het personaliteitsbeginsel altijd en overal uit te dragen.

Wanneer het gaat over het Waals grondgebied, dan denkt Franstalig België in termen van territorialiteit. Gaat het daarentegen over Vlaanderen, dan redeneren Franstaligen in termen van personaliteit en taalvrijheid.

Personaliteit is dus geen wederkerig begrip. ‘Le droit des gens’, geldt alleen voor Franstaligen in Vlaanderen niet voor Vlamingen in Wallonië.

Hun taal en hun cultuur, waar ze zich ook bevinden en vestigen, blijft hun ankerpunt.

De klassieke “Vlaamse” politieke formaties hebben aan de uitvoering van deze politiek hun medewerking verleend.

Op 9 maart 1910 verklaarde de minister van Industrie en Werk HUBERT over de Vlamingen die in de streek van Charleroi tewerkgesteld werden: ‘S’ils veulent travailler en pays wallon, ils n’ont qu’à apprendre la langue.

 Vlaamse mandatarissen van dit formaat heeft Vlaanderen helaas niet.

 Wijlen Jos BALEGEER noemt Vlaanderen, in zijn lezenswaardig boek een, VLAANDEREN VOLK ZONDER BOVENLAAG

 Franstaligen die uit vrije wil hun woonplaats in Vlaanderen gekozen hebben weigeren pertinent de taal en de cultuur van de gastgemeenschap te aanvaarden; inzonderheid in de zes randgemeenten hebben zij de Vlaamse gastvrijheid misbruikt om hun taal en hun cultuur te importeren.

 Met de dood in het hart, zoals wijlen minister J. DE SAEGER liet optekenen, werd in 1963 tegemoet gekomen aan de Franstalige eisen door in de zes randgemeenten politieke en administratieve faciliteiten toe te staan.

In de geest van de Vlamingen uitdovend en een middel om zich aan te passen aan de taal en de cultuur van de Vlaamse gastgemeenschap.

De Franstaligen echter gaan en gingen er van uit dat deze politieke en administratieve faciliteiten voor de huidige en nieuwe inwoners voor de eeuwigheid verworven zijn en blijven en hebben deze misbruikt om deze gemeenten verder te verfransen.

Wijlen Hendrik FAYAT liet optekenen dat deze faciliteiten binnen de 10 jaar zouden uitdoven indien binnen het Brussels gewest de taalwetgeving en de taalpariteit niet zou toegepast zijn.

De gevolgen zijn gekend:

  • De taalfaciliteiten zijn grondwettelijk verankerd en kunnen zonder instemming van de Franstalige minderheid niet meer teruggeschroefd worden;
  • Met de 6de staats(mis)vorming werden de zes randgemeenten electoraal afgesplitst van de kieskring Vlaams-Brabant en vormen een afzonderlijk kiesarrondissement Sint-Genesius-Rode, voorbode tot aansluiting bij het Brussels gewest bij een volgende grondwetsherziening.

Die geschiedenis kent voorgaanden; In 1921 werden Haren, Laken en Neder-over-Heembeek en 1954 Evere, Ganshoren en Sint-Agatha-Berchem op basis van betwistbare talentellingen Vlaamse gemeenten bij de Brusselse agglomeratie gevoegd.

Om aan de niet aflatende expansiedrang van de Franstaligen tegemoet te komen werd met de 6de staats(mis)vorming voorzien in de oprichting van een Brusselse hoofdstedelijke Gemeenschap die zich territoriaal uitstrekt over de volledige oude provincie Brabant.

Vlaanderen daarentegen heeft nooit aanspraak gemaakt op grond, macht noch centen van de Franstaligen landgenoten.

Inzake de kinderbijslagregeling heeft de Francofonie haar slag thuis gehaald; er komt één kinderbijslag voor alle Brusselse kinderen.

In uitvoering van de bijzondere wet hebben de Franstaligen partijen beslist om een gemeenschappelijk decreet goed te keuren om de kinderbijslagregeling maximaal te harmoniseren tussen Brussel en Wallonië.

De kinderbijslagregeling wordt naar de “Fédération Wallonie-Bruxelles” getild. Dat is afgesproken in de “ les Accords de la Sainte-Émilie” van 19 september 2014.

De Brusselse regering heeft nu beslist, onder de dekmantel van “schaalvergroting” dat enkel met kinderbijslagfondsen met minimum 40.000 leden zal overlegd worden. Onnodig er op te wijzen dat de kinderbijslagfondsen waarbij de Vlamingen aangesloten zijn ruim onder deze drempel blijven.

Door“ Accords de la Sainte-Émilie” goed te keuren heeft de Francofonie de band tussen de Brusselse Vlamingen en Vlaanderen definitief doorgeknipt; de Vlaamse overheid heeft en zal geen inspraak krijgen op het beleid van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie met als gevolg dat de Brusselse Vlamingen, zonder hun instemming, ingelijfd worden in de Franse gemeenschap (la fédération Bruxelles-Wallonie).

Deze akkoorden zijn (kunnen) eveneens een schending zijn van de Europese regelgeving inzake het vrij verkeer van personen, goederen en diensten. Bovendien zijn (kunnen) deze akkoorden strijdig zijn met de het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van elke vorm van racismediscriminatie:

 Volgens het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van elke vorm van rassendiscriminatie betekent raciale discriminatie “elk onderscheid, uitsluiting, beperking of voorkeur gebaseerd op ras, huidskleur, afstamming, of nationale of etnische oorsprong die het doel of effect heeft van opheffing of aantasting van erkenning, genieting of uitoefening, op basis van gelijkwaardigheid, van mensenrechten, en fundamentele vrijheden in het politieke, economische, sociale, culturele of enig ander veld van het openbare leven”.[

 Deze akkoorden leggen onweerlegbaar de strategie van de Francofonie in het Brussels gewest bloot: de Brusselse Vlamingen in het bijzonder en Vlaanderen in het algemeen uitsluiten van de politieke en administratieve beslissingscentra.

De Francofonie in en rond het Brussels Hoofdstedelijke Gewest vult hiermede haar primaire filosofie in: de verdere verfransing van de dienstverlening met, via het BMR besluit (goedgekeurd met een bijzondere meerderheid) een inbraak in de rand en Vlaams-Brabant.

Dankbaar voor de overvloedige Vlaamse financiële transfers (461 miljoen € in uitvoering van de 6de staats(mis)vorming) vult de Brusselse regering he begrip “bundestreue” op zijn minst opmerkelijk in; of anders vertaald: één richting solidariteit.

Geen enkele “Vlaamse” Brusselse excellentie, noch “Vlaams” Brussels parlementslid van de meerderheid heeft daartegen geprotesteerd.

Deze akkoorden hebben helaas niet alleen betrekking op de kinderbijslagregeling maar eveneens inzake gezondheidszorg en bijstand aan personen.

 Franstalige actiegroepen vragen de afschaffing van de contingentering van de RIZIV nummers voor de artsen en artsen-tandartsen omdat de Franstalige universiteiten geen instroombeperking kennen zoals deze in Vlaanderen wordt toegepast en dientengevolge met een overaanbod van afgestudeerden geconfronteerd worden die binnen de afgesproken contingentering geen aanspraak kunnen maken op een RIZIV nummer.

De Franstaligen aarzelen zelfs niet om bij de Raad van Europa en bij de Verenigde Naties hun voorgewende discriminatie aan te klagen om het personaliteitsbeginsel in Vlaanderen af te dwingen

Redelijke en rechtvaardige Vlaamse standpunten daarentegen worden voortdurend geassocieerd met egoïsme en zelfgenoegzaamheid.

Deze ontsporing werd mogelijk gemaakt met de verschillende staatshervormingen die door de klassieke “Vlaamse” politieke formaties goedgekeurd werden.

De grondregels van de democratie, meerderheid en minderheid, werd verlaten en de grondwettelijke organisatie van het federaal staatsverband werd uitgehold door het inschrijven van politieke, administratieve en financiële voorrechten voor de Franstalige minderheid.

Democratie is een staatsvorm waarbij de bevolking soeverein is en niet toelaat dat aan de meerderheid ongewenste maatregelen of wetten kunnen worden opgelegd.

Democratie laat niet toe dat de minderheid haar wil aan de meerderheid opdringt, het democratische besluitvormingsproces verhindert en onmogelijk maakt door de inzichten en overtuigingen van de meerderheid tegen te houden.

Zolang de Franstaligen hun bestuurlijke en politieke inzichten, met de collaboratie van de toenmalige unitaire partijen, konden realiseren is deze democratische besluitvorming nooit in vraag gesteld.

De grondwet van 1831 kon met een 2/3 meerderheid worden herzien en van een meerderheid in taalgroepen en van bijzonder wetten was geen sprake.

Na de opsplitsing van de unitaire partijen, eind 1960 en begin 1970 (CVP in 1968, PVV in 1972 en BSP in 1974) , werd door de Franstaligen deze democratische besluitvorming in vraag gesteld en werden in de grondwet en met bijzondere wetten een aantal voorkeurregelingen voor de Franstaligen ingeschreven.

De herziening van de grondwet tot 1970 was mogelijk met een 2/3 meerderheid; in 1970 werd een meerderheid in beide taalgroepen ingeschreven.

Wijlen Wilfried MARTENS, één van de vaders van deze constructie, laat in zijn memoires noteren, ik citeer:

 

Wegens de vele grendels zullen de Vlaamse politici afhankelijk zijn van de goodwill van de Franstalige collega’s, wanneer zij de werking van de Belgische staat op de Vlaamse noden willen afstemmen.    

Daarbij bestaat het gevaar dat zij door de Franstalingen telkens zouden worden gedwongen tot het betalen van een prijs, in ruil voor het verkrijgen van hun fiat.

                                                             Einde citaat

Bijkomend werden met de alarmbel- en belangenconflict procedures een rem gezet op de Vlaamse demografische meerderheid.

De Vlaamse demografische meerderheid is gesneuveld op het altaar van deze heilloze compromissen cultuur met als gevolg dat redelijke Vlaamse voorstellen niet meer langs democratische weg kunnen worden gerealiseerd.

Rik VAN CAUWELAERT laat in de in De Tijd van zaterdag 11 juli 2015 optekenen:

De burger die zwaar betaald om behoorlijk bestuurd te worden, wordt bedrogen door een kleine cynische politieke klasse voor wie de Wetstraat een zelfbedieningszaak is.

Een beter omschrijving voor de particratie is nauwelijks te vinden.

Een treffend voorbeeld is de houding van de Franstalige partijen bij de stemming over de splitsing van de kieskring B H V in de Kamercommissie van Binnenlandse Zaken van 7 november 2007.

Alle Franstalige Kamerleden, de huidige eerste minister op kop, verlaten de vergadering en roepen gedurende 2,5 jaar de belangenconflict procedure in zodat een democratisch gestemd wetsvoorstel niet kan worden uitgevoerd.

Sindsdien is het van kwaad naar erger geëvolueerd met als kers op de taart de 6de staats(mis)vorming die voor de Franstaligen bijkomende voorrechten gecreëerd heeft verankerd in de grondwet en met bijzondere wetten.

Een treffend voorbeeld is het verlies van 2 federale Vlaamse Kamerzetels in de kieskring Brussel omdat de “Vlaamse” onderhandelaars het apparenteringsvoorstel tussen de kieskring Vlaams-Brabant en deze van Brussel, voorgesteld en voorbereid door de Conferentie van de Burgemeesters van Halle-Vilvoorde, lieten vallen.

Trouwens, hebben federale verkiezingen in Vlaanderen nog zin? De uitslag bepaalt enkel de politieke machtsverhoudingen binnen Vlaanderen maar deze wordt in de federale Kamer door blokkeringsmechanismen, bereidwillig door de “Vlaamse” politieke formaties aan de Franstaligen verleend, volledig geannuleerd.

In het gerechtelijk arrondissement Brussel konden enkel Franstalige juristen, met uitsluiting van Vlaamse juristen, tot procureur des Konings en arbeidsauditeur worden benoemd.

Het Grondwettelijk Hof heeft deze regeling vernietigd maar de benoeming van deze magistraten gehandhaafd.

In toepassing van “le droit de la personne” zijn er Franstalige parketmagistraten in Halle-Vilvoorde benoemd die bij voorrang de zaken van Franstaligen behandelen.

Op grond van datzelfde princiepe zijn Franstalige rechtscolleges tot heel diep in Vlaanderen bevoegd. Gooik, Roosdaal, Londerzeel, Galmaarden, Lennik… allemaal gemeenten begiftigd met faciliteiten in gerechtszaken.

Er zijn echter geen Nederlandstalige parketmagistraten in Waals-Brabant. Al evenmin zijn er Nederlandstalige rechtbanken in Waver, Waterloo,Grez-Doiceau, La Hulpe, … waar nochtans heel wat Vlamingen wonen.

Door het federaal behouden van de sociale zekerheid en de fiscaliteit wordt het Vlaanderen onmogelijk gemaakt een eigen politiek te bepalen en te financieren en maakt van Vlaanderen het wingewest voor België. De zesde staats(mis)vorming houdt voor Vlaanderen nauwelijks vooruitgang in.

Vlaanderen wordt door de Belgische francofonie gekoloniseerd en heeft zich, met de collaboratie van de “Vlaamse” partijen via de Belgische structuren voorrechten gewaarborgd, die zonder hun toestemming niet kunnen worden gewijzigd.

La Libre Belgique van 15 november 2013 stelt onomwonden vast, ik citeer:

 La Flandre, grande perdante de la sixième réforme de l’Etat

 Oud journalist, Hugo DE RIDDER, over de 6de staatshervorming in Humo, ik citeer:

 Er liep een rilling over mijn rug toen ik staatssecretaris Melchior WATHELET die 1.000 bladzijden aan de premier zag geven. Uit ervaring weet ik dat er om de 10 bladzijden conflictstof inzit die dagen- en nachtelijke onderhandelingen zullen uitlokken. Alles samengevat mag je dus een 100 tal moeilijke knopen verwachten die de volgende jaren de krantenkoppen zullen halen

 Einde citaat

De overdracht van de plantentuin in Meise heeft 11 jaar in beslag genomen.

Naast de grondwettelijke minorisering van de demografische Vlaamse meerderheid wordt Vlaanderen geconfronteerd met een aanslag op de opbrengst van haar economische activiteiten.

De massale financiële transfers, stelt het Rekenhof in haar 25ste rapport vast, hebben niet belet dat de openbare schuld van het Waalse Gewest, 11 miljard € bedraagt; het dubbele van het bedrag dat door de Waalse regering is voorgesteld. Eurostat, de Europese Rekenkamer, komt uit op 18 miljard €.

Dit is het gevolg van het toekennen van alle mogelijke sociale voordelen, tewerkstelling bij de overheid en intercommunales, aanstellingen in raden van bestuur van overheidsbedrijven en noem maar op.

Dit wordt gebruikelijk als kliëntelisme omschreven alhoewel het hier zonder meer het oneigenlijk gebruik van overheidsmiddelen betreft.

Zonder de derde betaler, in casu VLAANDEREN, is dergelijke politiek onmogelijk vol te houden en de hoofdreden waarom het Waals gewest en de Franse gemeenschap zich aan de Belgische eenheidsstaat vastklampen. Deze structuur verlaten betekent het einde.

Het is zo goed als onmogelijk, en wordt doelbewust verhinderd, dat de interregionale geldstromen (‘transfers’) correct in kaart worden gebracht.

In Duitsland wordt het deel van de belastingen dat dient om de armere deelstaten te financieren expliciet apart op de belastingbrief wordt vermeld.

Onze politieke mandatarissen stellen dat deze gegevens te gevoelig zijn en de interpersonele solidariteit in gevaar brengen.

Anders gelezen: het vrijgeven van deze informatie is een bedreiging voor de instandhouding van het Belgische staatsverband.

Reeds op 13 augustus 1996 schreef hoogleraar Bea CANTILLON in Humo, ik citeer:

Maak de transfers van Vlaanderen naar Wallonië in de Sociale Zekerheid niet te doorzichtig, want als de mensen weten waar al dat geld naar toe vloeit, zullen ze niet meer willen betalen.

 einde citaat

Ondanks dit indrukwekkend Vlaams financieel infuus (geen terug te betalen leningen zoals voor Griekenland) zijn het Waals gewest en de Franse gemeenschap niet in staat, ondanks alle Marshall plannen: hun financieel huishouden te ordenen en zinken verder weg in een budgettair moeras.

 Aan het

  • Ontbreken van een onverantwoord financieel beleid;
  • aan het ontbreken van een deugdelijk onderwijs;
  • aan het ontbreken van rationele investeringen;
  • aan het ontbreken machtuitoefening in functie van het algemeen belang;

kan enkel een einde gemaakt worden onder een voogdij die nauw toekijkt op de politieke bijsturingen en het adequaat gebruik van het Vlaams financieel infuus.

Er zal aan de Waalse beleidsvoerders toch eens duidelijk moeten gemaakt worden dat de uitgaven moeten verdiend worden en niet eindeloos blijven hangen aan het Vlaams financieel infuus zonder uitzicht op een duurzaam herstel.

Griekenland werd voor dergelijke politiek aan de Europese schandpaal genageld en onder de curatele gesteld van het IMF, de OESO en de ECB.

Fons VERPLAETSE, de gewezen gouverneur van de Nationale Bank, stel in Knack van 7 juli 2015 onomwonden, ik citeer:

Problemen worden hier vaak opgelost met gesjacher op z’n Belgisch. Mag ik het zeggen? We leven in een irrationeel land.

 Einde citaat

De Frankfurter Allgemeine verwoordt het treffend, ik citeer:

 

Hat ein Staat, dessen französichsprachiger Teil sich von der Niederländisch sprechenden Bevölkerung gigantisch alimentieren lässt, aber deren Kultur und Historie ostentativ ignoriert, nicht seine Existenz verspielt ? ”

 

De gevolgen voor Vlaanderen van deze desastreuze politiek laten zich voelen.

De jaarlijkse financiële transfers geraamd op 12 miljard € en de uitvoering van de 6de staats(mis)vorming en de bijzondere financieringswet beletten Vlaanderen:

  • Ieder jaar zonder problemen de uitbetaling van de kinderbijslag en de leeftijdsbijslag te financieren
  • Ieder jaar de woonbonus onverkort toe te kennen;
  • Ieder jaar de noodopvang in de Vlaamse jeugdsector aan te pakken;
  • Ieder jaar alle noden in de Vlaamse zorgsector te leningen;
  • Ieder jaar alle investerings- en werkingsbehoeften voor het Vlaams onderwijs op te vangen;
  • Ieder jaar 50.000 sociale woningen kunnen bouwen;
  • Ieder jaar rusthuizen voor bejaarden te bouwen zonder de dagverblijfskost te verhogen;
  •  Ieder jaar de Vlaamse culturele- en sportverenigingen probleemloos te betoelagen;
  • Ieder jaar zonder problemen de infrastructuur en de werking van de Vlaamse kinderopvang te financieren;
  • Ieder jaar minstens 2 Oosterweel verbindingen te realiseren;
  • Ieder jaar de volledige Vlaamse wegeninfrastructuur te renoveren;
  • Ieder jaar de arbeidskost te verlagen en de belastingen te drukken;

Dit staatsverband heeft, met collaboratie van de klassieke “Vlaamse” politieke formaties, om de Franstalige minderheid ter wille te zijn het territorialiteitsbeginsel verlaten, de hoeksteen en de politieke basis voor een vreedzaam samenleven in een federaal staatsverband, evenals de meerderheidsregels en de politieke verantwoordelijkheid voor het gevoerde beleid (‘no taxation without representation’).

Politieke solidariteit betekent dat mandatarissen van het ene landsdeel niet bewust handelen tegen de belangen van een andere deelstaat in.


Een staatsverband dat enkel in stand kan worden gehouden door de meerderheid van zijn bevolking te minoriseren en financieel lam te leggen kan niet overleven.

Wij moeten ons dan ook de vraag durven stellen of het federale bestuursniveau voor Vlaanderen nog enige toegevoegde waarde heeft.

Hoe het staatsverband ook mag genoemd worden is van ondergeschikt belang.

Belangrijk is dat Vlaanderen autonoom beschikt over de opbrengsten van haar economische activiteiten, de verdeling ervan organiseert en de omvang van een doorzichtige, controleerbare en resultaat gebonden solidariteit zelf bepaalt.

Dan pas zal er in Vlaanderen op 11 juli kunnen gefeest worden.

 

Willy DE WAELE

Ere burgemeester

Advertenties